Naar de inhoud
Home Onze groepen Kosten & toeslag PedagogiekKwaliteitKlachtenOudercommissiePrivacy Contact Plan een rondleiding
Ter inzage

Pedagogisch beleidsplan 2026

Versie 2026.1 · vervangt de versie van 2025 · Groenstraat 76, 6162 ER Geleen · LRK 614021029 · KvK 27706370

Dit is het plan in zijn geheel, woord voor woord, zoals het bij ons in de documentenbak bij de ingang ligt. Zoek je liever korte antwoorden op de vragen die ouders ons echt stellen? Lees dan de vraag-en-antwoordversie.

1. Voorwoord

Dit is het pedagogisch beleidsplan van Kinderdagverblijf De Kaboutertjes. Hierin laten wij zien hoe ons pedagogisch beleid terugkomt in het dagelijks werk. Ouders en verzorgers kunnen lezen hoe een dag bij ons eruitziet, wat kinderen bij ons beleven, en hoe wij de vier opvoedingsdoelen uit de Wet kinderopvang in de praktijk brengen.

Die vier opvoedingsdoelen zijn:

  1. het bieden van emotionele veiligheid;
  2. het kind gelegenheid geven zijn persoonlijke competenties te ontwikkelen;
  3. het kind gelegenheid geven zijn sociale competenties te ontwikkelen;
  4. het kind de kans bieden zich waarden en normen eigen te maken.

Ouders, verzorgers, medewerkers, stagiairs en vrijwilligers hebben altijd toegang tot dit beleidsplan en tot onze overige beleidsstukken en protocollen. Ze staan op onze website en liggen op de locatie ter inzage in de documentenbak bij de ingang.

2. Visie en doelstelling

2.1 Visie op het kind

Door een kind naar een kinderdagverblijf te brengen, kiest een ouder voor opvang in een groep. Voor het kind betekent dat een deel van de dag doorbrengen in een andere omgeving, met andere mogelijkheden dan thuis. Het kinderdagverblijf is een plek om andere kinderen te ontmoeten, samen te spelen, te eten en te slapen, rekening met elkaar te houden en ervaringen op te doen die thuis niet vanzelf komen.

Onze ruimtes zijn speciaal voor kinderen ingericht. Wij besteden gericht aandacht aan de individuele ontwikkeling van elk kind: taal, creativiteit, het oefenen van vaardigheden, het ontdekken van eigen mogelijkheden, het omgaan met regels en grenzen, respect voor elkaar en zelfstandigheid. Zo vormt het kinderdagverblijf een verbreding van de thuissituatie.

Ouders mogen van ons een zekere ondersteuning bij de opvoeding verwachten: betrokkenheid, en meedenken bij opvoedvragen wanneer daar behoefte aan is. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kind tijdens hun afwezigheid goed verzorgd en begeleid wordt, dat de ruimtes aantrekkelijk, veilig en schoon zijn, dat er zorgvuldig met hun kind wordt omgegaan, en dat zij met vragen, opmerkingen of klachten altijd terechtkunnen.

Onze uitgangspunten

  • Ieder kind heeft recht op respect. Het wordt serieus genomen en kan rekenen op begrip en verdraagzaamheid.
  • Ieder kind is uniek en wordt als zodanig geaccepteerd en gewaardeerd.
  • Wij zorgen dat elk kind zich veilig en vertrouwd voelt. Dat is nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen, en het geeft het zelfvertrouwen om nieuwe uitdagingen te zoeken.
  • Ieder kind heeft recht op de aandacht van een volwassene die in zijn behoeften voorziet.
  • Ieder kind heeft behoefte aan warmte, slaap, voeding, genegenheid en verzorging.
  • Door zelfredzaamheid te oefenen groeit het zelfvertrouwen. Lukt iets niet, dan kan een kind altijd terugvallen op een volwassene die het begrijpt en de kans geeft het opnieuw te proberen.

2.2 De doelstelling van het kinderdagverblijf

Wij creëren een zo huiselijk mogelijke sfeer waarin kinderen zich veilig en vertrouwd voelen, en een verantwoorde opvoedingssituatie waarin ieder kind zich kan ontwikkelen tot een zelfstandig, evenwichtig en sociaal vaardig mens. Kinderen die respect hebben voor zichzelf en voor elkaar, en die de ruimte krijgen om hun gevoelens te uiten.

3. De vier pedagogische basisdoelen

De kwaliteitseisen in de Wet kinderopvang zijn gebaseerd op de vier pedagogische basisdoelen van professor J.M.A. Riksen-Walraven. Zij toonde na langdurig onderzoek aan hoe belangrijk de responsiviteit van volwassenen is in de dagelijkse omgang met een jong kind: gaat een volwassene beter in op wat een kind laat zien, dan groeit de exploratiedrang van dat kind en zijn vermogen om verband te zien tussen zijn eigen gedrag en de gevolgen daarvan. De vier basisdoelen vormen sindsdien de rode draad in de kinderopvang, en ook in dit beleidsplan.

BasisdoelWaar het over gaat
1. Emotionele veiligheidHet kind voelt zich veilig en geborgen. Dit is de voorwaarde voor alle andere doelen.
2. Persoonlijke competentiesZelfvertrouwen, zelfstandigheid, motoriek, taal en creativiteit.
3. Sociale competentiesSamen spelen, wachten op je beurt, ruzie maken en het weer goedmaken.
4. Normen en waardenDe gewoonten en omgangsregels van de samenleving waarin het kind opgroeit.

3.1 Emotionele veiligheid

Om zich optimaal te kunnen ontwikkelen moeten kinderen zich op hun gemak voelen. Wij bieden die veiligheid door erop toe te zien dat er geen gevaarlijke situaties ontstaan, en verder door:

  • een vast dagritme te volgen; die regelmaat biedt structuur en houvast;
  • veel met en tegen de kinderen te praten, en hun emoties te verwoorden zodat ze zich begrepen voelen;
  • duidelijke grenzen aan te geven, te troosten bij verdriet en empathisch en sensitief te reageren;
  • een kind zoveel mogelijk op ooghoogte aan te spreken, zodat er echt contact ontstaat;
  • zoveel mogelijk met vaste gezichten op de groep te werken;
  • een middenweg te zoeken tussen het streven naar zelfstandigheid en de mogelijkheid om afhankelijk te mogen zijn; een kind hoeft niet alles alleen te doen;
  • aandachtig te luisteren, geduldig te zijn en de groep een prettige uitstraling te geven.

3.2 Persoonlijke competenties

Dit gaat over vertrouwen in eigen kunnen: wie ben ik, en wat kan ik al? Kinderen mogen zich ontwikkelen in hun eigen tempo en mogen zichzelf zijn. Wij stimuleren de ontwikkeling stapje voor stapje: zelf de fles vasthouden, uit een open beker leren drinken, zelf brood eten. Kinderen krijgen complimenten zodat ze trots op zichzelf zijn, en wij stellen nooit te hoge eisen. De stapjes worden aangepast aan de mogelijkheden van het individuele kind.

Bij baby’s begint dat al. Een baby heeft hulp nodig om alle prikkels te verwerken. De pedagogisch medewerker kijkt goed wat de baby waarneemt, vertelt wat ze gaat doen en benoemt de emoties van het kind. Raakt een baby gefrustreerd omdat het net niet om kan rollen, dan geeft zij een klein zetje zodat het lukt, en complimenteert daarna uitvoerig. Zo wordt frustratie omgezet in een positief gevoel en heeft de baby bij de volgende poging weer vertrouwen.

De dreumes wil meer dan hij kan. Dreumesen zoeken grenzen op en ontdekken vaak op een fysieke manier wat ze kunnen. In plaats van voortdurend te corrigeren geven wij vooral complimenten als het goed gaat. Klimt een dreumes ergens op waar dat niet veilig is, dan laat de medewerker zien hoe het veiliger kan en doet het samen.

De peuter ontwikkelt een goed zelfbeeld door positieve ervaringen. Er is veel gevarieerd en uitdagend speelmateriaal waarmee een kind zijn talenten en belangstelling kan ontdekken. Knoeit een peuter met het drinken, dan zeggen wij dat het niet erg is en mag hij zelf een doekje pakken om het op te ruimen. Zo leert hij dat hij iets zelf kan, en dat het niet erg is als er iets misgaat.

Bewegen, muziek maken en creatief bezig zijn horen daar allemaal bij. Dansen, zingen, fietsen, klimmen, voorlezen en knutselen wisselen elkaar af. Competenties leer je immers niet alleen door erover te praten, maar vooral door dingen te doen en te ervaren.

3.3 De ontwikkeling van het kind van 0 tot 4 jaar

Een pasgeboren baby is volledig afhankelijk van anderen, maar binnen vier jaar kan een kind zich zelfstandig voortbewegen, begrippen en regels leren, spreken, samen met anderen spelen en zichzelf aan- en uitkleden. Elk kind doet dat op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo, met eigen capaciteiten en temperament, en beïnvloed door de thuissituatie waarin het opgroeit.

De baby

Een baby zwaait eerst ongericht met de handjes en grijpt uiteindelijk doelbewust naar voorwerpen. De zintuiglijke ontwikkeling is in volle gang: geluiden, kleuren en vormen nodigen uit tot onderzoek. Wij zorgen voor variatie in prikkels en doseren die. Kinderen liggen regelmatig in de box of op een speelkleed, op de buik en op de rug, om de rug- en nekspieren te ontwikkelen.

Het mooiste speelgoed voor een baby is nog altijd de mens. De stem, de ogen en het gezicht van de medewerker spelen een grote rol bij de taalverwerving. Door te reageren op de baby, en de baby te laten reageren, stimuleren wij de communicatie. Knuffelen, aaien en wiegen zijn voor een baby een spel en zijn belangrijk voor het welzijn.

De dreumes

Zodra een kind kan lopen, wordt de bereikbare wereld een stuk groter. Het ziet, hoort, proeft en voelt steeds gedetailleerder, en leert langzaamaan kleuren, maten, vormen en begrippen. Het maakt plannetjes en voert ze uit. Het zelfbewustzijn groeit en het ik-besef ontwikkelt zich. Een kind vindt het in deze fase moeilijk om nee te accepteren en kan opstandig worden. Die fase heeft het nodig om zelfbesef en wilskracht te ontwikkelen en zijn eigen grenzen te ervaren.

De peuter

Vanaf het derde jaar wordt het hoe en waarom van dingen belangrijk. De fantasie ontwikkelt zich zo sterk dat werkelijkheid en fantasie soms door elkaar lopen. Als het jij-besef ontstaat, leert een kind geleidelijk rekening te houden met anderen. Het contact met groepsgenootjes groeit, en spelen ontwikkelt zich van naast elkaar tot met elkaar.

Kinderen krijgen binnen en buiten volop ruimte om hun grove motoriek te ontwikkelen. Aan de fijne motoriek besteden wij aandacht met potloden, kinderscharen, verf, klei en zand. Omdat kinderen veel leren door imitatie spreken wij in correcte, duidelijke taal, en verbeteren wij verkeerd uitgesproken woorden op een speelse manier.

Een kind wordt nooit gedwongen aan een activiteit deel te nemen. Wij moedigen aan en ondersteunen, door te helpen het zelf te doen of het samen nog eens te proberen.

3.4 De sociale ontwikkeling

De reis naar zelfstandigheid is spannend en lang, en wij maken daar een belangrijk deel van mee. Wij stimuleren zelfstandigheid zoveel mogelijk, want dat maakt kinderen trots en geeft ze zelfvertrouwen. Zo bereiden wij ze voor op de basisschool.

  • Wij helpen de kleintjes met uitkleden, maar motiveren ze al jong om zelf een kledingstuk uit te trekken. Dat begint bij sokken of de broek en breidt zich uit naar volledig zelfstandig uit- en aankleden.
  • Grotere kinderen stimuleren wij om zelf hun schoenen aan te trekken en hun jas dicht te maken.
  • Kinderen pakken zelf speelgoed of boekjes uit de kast en kiezen zelf waar ze willen spelen.

In onze verticale groepen zitten baby’s, dreumesen en peuters bij elkaar. De oudsten leren zorgen voor de jongsten, en de jongsten kijken de kunst af bij de groten. Conflicten lossen wij niet vóór de kinderen op; wij helpen ze het zelf te doen.

3.5 Normen en waarden

Iedere medewerker heeft eigen waarden en normen. Op veel punten komen die overeen, maar er zijn ook verschillen. Daarom hebben wij in gezamenlijk overleg vastgesteld welke waarden en normen wij de kinderen willen meegeven. Wij zijn ervan overtuigd dat kinderen vooral het goede voorbeeld nodig hebben, en dat betekent dat wij ons daar zelf ook aan houden.

Het gaat om kleine regels die de hele dag terugkomen: elkaar geen pijn doen, samen opruimen, iets vragen in plaats van pakken, op je beurt wachten. Bij De Kaboutertjes komen kinderen uit verschillende gezinnen en culturen samen. Ze merken dat mensen van elkaar verschillen en dat dat normaal is. Wij vieren feesten uit meerdere tradities.

3.6 Een ziek kind

Het kan gebeuren dat een kind ziek is en niet kan komen, of dat een kind op de opvang ziek wordt. Daarvoor hebben wij regels, die ook in de map bij de ingang te vinden zijn. Als richtlijn gebruiken wij de GGD-wijzer over gezondheid en veiligheid voor kinderen van 0 tot 4 jaar, en de richtlijnen van het RIVM.

Zieke kinderen vragen extra zorg en aandacht, en dat is in een groep niet altijd mogelijk. Wij houden daarbij rekening met het belang van het zieke kind, van de andere kinderen en van de medewerkers. Wordt een kind op de groep ziek, dan bellen wij de ouders zodat zij zelf kunnen beslissen. Een kind met koorts of een besmettelijke aandoening kan niet op de groep blijven.

3.7 Signaleren

Wij volgen het gedrag van elk kind, zowel individueel als in de groep. Zo stemmen wij ons pedagogisch handelen af op de eigenheid van ieder kind en op het functioneren van de groep, en signaleren wij bijzonderheden op tijd. De vorderingen in de ontwikkeling worden regelmatig geobserveerd en op schrift gerapporteerd; daardoor wordt zichtbaar waar knelpunten liggen.

Ouders blijven verantwoordelijk voor de opvoeding, maar wij hebben gedurende de dagen dat een kind bij ons is een signalerende rol. Zien wij iets waarvoor extra aandacht nodig is, dan bespreken wij dat altijd eerst met de ouders, en niet pas op een vast moment in het jaar. Waar nodig verwijzen wij door, bijvoorbeeld naar het consultatiebureau of een logopedist. De ouders houden de regie.

4. Plaatsing

4.1 Groepsindeling en inzet van personeel

Wij werken met drie stamgroepen. Het aantal beroepskrachten per groep hangt af van het aantal aanwezige kinderen en hun leeftijden.

StamgroepSoortLeeftijdMaximaal aantal kinderen
De Paddenstoelverticaal0 tot 4 jaar16
De Bloemetjesverticaal0 tot 4 jaar16
De Zonnetjeshorizontaal2 tot 4 jaar13
Totaal45 kindplaatsen

Dat totaal komt overeen met onze registratie in het Landelijk Register Kinderopvang onder nummer 614021029.

4.1.1 De beroepskracht-kindratio

Het aantal in te zetten beroepskrachten wordt altijd bepaald aan de hand van de beroepskracht-kindratio. Zijn er dagen dat er minder kinderen komen door ziekte, vrije dagen of vakantie, dan wordt de ratio daarop aangepast. Voor dagopvang gelden deze wettelijke aantallen:

Leeftijd van het kindAantal kinderen per beroepskracht
0 tot 1 jaar3
1 tot 2 jaar5
2 tot 3 jaar6
3 tot 4 jaar8

Bij gemengde leeftijden wordt de ratio per kind omgerekend. Een groep met kinderen onder de vier jaar is nooit groter dan zestien kinderen; een groep met uitsluitend baby’s nooit groter dan twaalf.

Alle medewerkers beschikken over een door de cao Kinderopvang vastgestelde opleiding gericht op sociaal-pedagogisch werk of kinderverzorging op mbo-niveau, en beheersen het Nederlands op ten minste 3F-niveau. Alle medewerkers hebben een Verklaring Omtrent het Gedrag en staan ingeschreven in het personenregister kinderopvang.

4.2 Rondleiding en inschrijving

Willen aanstaande ouders vóór inschrijving meer weten over onze organisatie, dan plannen wij een rondleiding. Daarbij tonen wij alle groepen en ruimtes en spreken wij over onze visie, de dagindeling en alles wat daarbij hoort.

Willen ouders de opvang daarna vastleggen, dan melden zij hun kind aan met een aanmeldformulier. Van de directie ontvangen zij vervolgens een plaatsingsovereenkomst. Bij de intake maken ouders kennis met de mentor van hun kind en bespreken wij het dagritme thuis, de voeding, het slaapritme en eventuele allergieën of diëten.

4.3 Stamgroepen

In de kinderopvang worden kinderen in een vaste groep geplaatst. Die groep heet de stamgroep. Onze werkwijze zorgt ervoor dat kinderen en medewerkers weten en ervaren bij welke stamgroep zij horen: dezelfde ruimte, dezelfde gezichten, hetzelfde ritme. De stamgroep is de thuisbasis van het kind.

4.4 Binnenruimte

De inrichting van de ruimte speelt een belangrijke rol bij het stimuleren van zelfstandigheid. Een kind moet uitgedaagd worden om op ontdekkingsreis te gaan. Er zijn verschillende hoeken waar kinderen kunnen spelen: een bouwhoek, een treinhoek, een poppenhoek, een huishoek en een leeshoek. Een deel van het spelmateriaal staat op kindhoogte; om ander speelgoed mag altijd gevraagd worden. Er is per kind minimaal 3,5 vierkante meter bruto speelruimte, en er is een afzonderlijke slaapruimte.

4.5 Buitenruimte

Wij hebben een riante beklinkerde tuin die volop mogelijkheden biedt om te klimmen, klauteren, fietsen en rennen. Er is een afgedekte zandtafel waarin kinderen kunnen ervaren hoe het is om zand door je vingers te laten glijden. In de zomer zetten wij een zwembadje of een sproeier op, altijd met een medewerker erbij.

4.6 Brengen en halen

Wij hanteren geen vaste breng- en haaltijden. Wij vinden het belangrijk dat ouders die in diensten werken hun kind kunnen brengen en halen wanneer het hun het beste uitkomt, uiteraard binnen onze openingstijden. Wel geven wij ouders in overweging om vóór het kringmoment binnen te zijn, zodat hun kind de start van de dag meemaakt.

Bij het halen verzorgen wij de overdracht: hoe de dag verlopen is, wat het kind gegeten en geslapen heeft, en eventuele bijzonderheden. Persoonlijke spullen gaan mee, en ieder kind wordt persoonlijk uitgezwaaid.

4.7 Extra dagen en ruilen

Een extra dag of dagdeel is mogelijk als er plaats is. Dat leggen wij schriftelijk vast. Ruilen van een of meer dagdelen kan wanneer ouders bijvoorbeeld incidenteel vrij zijn op hun vaste dag en op een andere dag moeten werken. Daarbij gelden de volgende afspraken:

  • algemeen erkende feestdagen kunnen niet worden geruild;
  • ruilen van een dagdeel kan binnen twee opvangweken;
  • ruilen kan alleen als het aantal kinderen en het aantal pedagogisch medewerkers met elkaar in overeenstemming blijven;
  • lukt het niet binnen die twee weken, dan vervalt het recht op ruilen. Er kan dus niet gespaard worden.

De leidinggevende of pedagogisch medewerker beoordeelt het ruilverzoek.

4.8 Stoppen of verminderen van de opvang

Wil een ouder stoppen met de opvang of het aantal dagen verminderen, dan geldt in beide gevallen een opzegtermijn van één maand. Stopt een ouder met de opvang, dan geeft ons dat het recht die dag of dat dagdeel weer aan anderen aan te bieden.

4.9 Openingstijden en sluitingsdagen

Wij zijn op werkdagen geopend van 07.00 tot 18.00 uur. Op aanvraag is verlengde opvang mogelijk tot 18.30 uur. In het weekend en op de officiële feestdagen zijn wij gesloten:

SluitingsdagToelichting
Nieuwjaarsdag
Carnavalsmaandag en carnavalsdinsdag
Tweede paasdag
Koningsdag
Hemelvaartsdag
Tweede pinksterdag
Bevrijdingsdageens in de vijf jaar een vrije dag
Eerste en tweede kerstdag

Op 24 en 31 december zijn wij geopend tot 16.00 uur.

4.9.1 Onze vakantieregeling

Naast de sluitingsdagen hierboven hanteren wij een eigen regeling voor de vakanties van kinderen. Ouders nemen bij ons geen 52 opvangweken af, maar 48. Vier weken per jaar worden dus niet in rekening gebracht. Dat komt ongeveer overeen met het aantal vakantieweken waar een voltijdwerkende ouder wettelijk recht op heeft, en het vangt tegelijk op dat een kind een keer ziek is.

De facturatie loopt per maand met een gelijk bedrag. Het jaartotaal van 48 weken wordt over twaalf maandtermijnen verdeeld, wat neerkomt op precies vier weken per maand. Een ouder betaalt daardoor in juli hetzelfde als in november en de sluitingsdagen zijn in dat bedrag al verrekend.

48 weken (ons contract)52 weken
Uren per maand bij 3 dagen van 10 uur120 uur130 uur
Uren per maand bij 5 dagen van 11 uur220 uur238 uur
Binnen het vergoedingsplafond van 230 uurjanee, 8 uur valt erbuiten

Dat laatste is geen detail. De Belastingdienst vergoedt maximaal 230 uur per kind per maand. Bij een contract van 52 weken komt een ouder met vijf hele dagen daarboven en betaalt hij die uren volledig zelf; bij 48 weken blijft alles binnen de vergoeding.

4.10 Wenprocedure

Komt een kind voor het eerst naar het kinderdagverblijf, dan geven wij extra aandacht aan het kind én aan de ouders. Er wordt over en weer overlegd en wij informeren hoe de dagindeling en de gewoonten van het kind thuis zijn. Zo kunnen wij ons een beeld vormen en daar bij de opvang rekening mee houden.

Wij bieden ouders de mogelijkheid hun kind eerst een ochtend, een middag of enkele uurtjes te laten komen wennen. Hoeveel wenmomenten een kind nodig heeft, spreken wij samen af. Het is voor kind én ouder een nieuwe ervaring; zij maken kennis met de leiding en met de dagindeling.

Kinderen in de kleuterleeftijd hebben soms meer moeite met wennen dan baby’s. Wij vangen ze zo goed mogelijk op door één-op-één aandacht te geven, samen te zwaaien wanneer de ouders naar hun werk vertrekken en het afscheid zo aangenaam mogelijk te maken. Valt het een kind erg zwaar, dan blijft het even bij de medewerker, die het afleidt met speelgoed of laat helpen met het uitruimen van de tasjes. Door een prettige sfeer te scheppen, geborgenheid en aandacht te geven, een vast ritme te bieden en te troosten wanneer dat nodig is, ontstaat een veilige omgeving.

4.11 Dagindeling

De dag is herkenbaar opgebouwd, want kinderen voelen zich veilig als ze weten wat er komt. Binnen die structuur is ruimte voor het onverwachte.

TijdWat er gebeurt
07.00 – 09.00De kinderen worden gebracht en spelen vrij. De medewerkers houden toezicht en bieden waar nodig ondersteuning.
09.00 – 09.30Zijn alle kinderen er, dan ruimen wij samen op. Daarna start het kringmoment.
09.30 – 09.45Verschonen, naar het toilet of op het potje, en handen wassen.
09.45 – 10.15Aan tafel liedjes zingen, daarna samen fruit eten en drinken.
10.15 – 11.15Vrij spelen binnen of buiten, en aandacht voor het activiteitenprogramma van de week.
11.15 – 12.00Opruimen, handen wassen, aan tafel. Liedjes zingen, daarna de broodmaaltijd met een beker halfvolle melk.
12.00 – 12.30Verschonen en naar het toilet. Kinderen die gaan slapen worden voorbereid: pyjama aan, haarspeldjes en elastiekjes eruit.
12.30 – 14.30De kinderen die slapen gaan naar bed. De anderen spelen vrij of doen een rustige activiteit.
vanaf 14.00Kinderen die wakker worden, worden uit bed gehaald en verzorgd. De anderen gaan naar het toilet of worden verschoond, en iedereen wast de handen.
rond 14.45Opruimen. De medewerkers zetten de warme maaltijd klaar.
15.00 – 15.30De kinderen eten samen de warme maaltijd.
15.30 – 16.30Vrij spelen, een spel doen, buiten spelen of een gezamenlijke activiteit. Ook ruimte voor individuele aandacht en rustmomenten.
rond 16.00Nogmaals naar het toilet, verschonen, handen wassen.
16.00 – 18.00De haalmomenten. De medewerkers verzorgen de overdracht en delen de bijzonderheden van de dag. Persoonlijke spullen gaan mee en ieder kind wordt warm uitgezwaaid.

4.12 Thema’s

Wij werken met thema’s en met een activiteitenprogramma per week. Een thema geeft samenhang aan het voorlezen, de knutselactiviteiten, de liedjes en het spelmateriaal van die periode, en biedt kinderen op verschillende leeftijden ieder hun eigen ingang.

5. Verantwoorde kinderopvang

De Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK) is op 1 januari 2018 in werking getreden. Dit hoofdstuk beschrijft wat die wet in onze praktijk betekent.

5.1 Open-deurenbeleid

Wij hanteren een open-deurenbeleid. Dat doen wij tijdens een gezamenlijke ochtendactiviteit tussen 10.00 en 11.15 uur, of tijdens een middagactiviteit tussen 12.30 en 13.30 uur of tussen 14.30 en 16.15 uur. De deuren tussen de groepen gaan dan open, zodat kinderen in een andere stamgroep aan de activiteit kunnen meedoen. De groep, of een deel ervan, wordt gedurende de activiteit samengevoegd.

Het open-deurenbeleid passen wij niet dagelijks toe. De eigen stamgroep blijft de thuisbasis. Een kind dat toe is aan meer uitdaging zoekt op deze manier zelf de grotere kinderen op; een kind dat het liever rustig houdt, blijft gewoon op de eigen groep.

5.2 De drie-uursregeling

Een kinderdagverblijf dat tien of meer aaneengesloten uren opvang per dag biedt, mag drie uur per dag afwijken van de beroepskracht-kindratio. Wij maken van die regeling gebruik. Gedurende ten hoogste drie uur per dag, niet aaneengesloten, zetten wij dan ten minste de helft van de vereiste beroepskrachten in. Dat gebeurt in de volgende situaties:

  • tijdens de brengmomenten aan het begin van de dag;
  • tijdens de pauzes rond het middaguur;
  • tijdens de haalmomenten aan het eind van de dag.

Buiten die vensters is de bezetting altijd volledig. De precieze tijden staan in het pedagogisch werkplan en hangen zichtbaar op de groep.

5.3 Afwijken van de kind-ratio

Wij streven ernaar rondleidingen na sluitingstijd te plannen. Lukt dat niet, dan plannen wij ze in de ochtend na het fruitmoment of in de middag tijdens het slaapmoment, zodat de rust op de groep zo min mogelijk wordt verstoord.

5.4 Het verlaten van de stamgroep

Kinderen mogen in het kader van een activiteit hun stamgroep verlaten. De maximale omvang van de stamgroep wordt dan tijdelijk losgelaten voor de duur van die activiteit. Denk aan een zang-, dans- of yoga-activiteit, het gezamenlijk vieren van een verjaardag of een gezamenlijke knutselactiviteit. Daarbij is het mogelijk de beroepskrachten anders over de groepen te verdelen. Het totaal aantal vereiste beroepskrachten op de locatie blijft onveranderd.

5.5 Het vierogenprincipe

Sinds 1 juli 2013 geldt het vierogenprincipe voor de dagopvang. Het houdt in dat een beroepskracht zijn of haar werk altijd zo moet kunnen doen dat een andere volwassene kan meekijken of meeluisteren. Wij geven daar invulling aan door de indeling van de ruimtes, door de plaatsing van ramen tussen de groepen, en door de manier waarop wij het rooster opbouwen. Het onderwerp staat periodiek op de teamvergadering.

5.6 De ouderapp

Wij werken met Bitcare, een softwareprogramma dat speciaal voor de kinderopvang is ontworpen. Pedagogisch medewerkers delen daarin foto’s van activiteiten en bijzondere momenten, communiceren met ouders en houden de dagelijkse activiteiten van de kinderen bij. Ouders hebben op elk moment toegang tot de app en kunnen daar hun gegevens en alle financiële documenten raadplegen en downloaden.

Mondelinge overdracht houdt onze voorkeur, maar niet elke ouder heeft bij het halen de tijd voor een gesprek. In de berichtenbox van de app kunnen ouders én medewerkers bijzonderheden kwijt: wat een kind die dag gedaan heeft, kleine ongelukjes, veranderde voedingsschema’s, of afwijkend gedrag naar aanleiding van een situatie thuis. Ook afmelden kan via die weg.

5.7 Vaste gezichten en mentorschap

Bij De Kaboutertjes werken uitsluitend vaste medewerkers. Wij werken niet met invalkrachten of flexwerkers. Het kan voorkomen dat een andere beroepskracht dan de vaste, vertrouwde beroepskracht wordt ingezet; dat is dan altijd iemand van de eigen of de aangrenzende groep, die het kind kent.

Elk kind krijgt een mentor: een van de vaste pedagogisch medewerkers van de groep. De mentor volgt de ontwikkeling van het kind, is het eerste aanspreekpunt voor de ouders en voert de gesprekken met hen. Bij de intake maken ouders kennis met de mentor van hun kind.

5.8 De pedagogisch beleidsmedewerker en coach

Sinds 2019 schrijft de IKK-wetgeving voor dat elke kinderopvanglocatie een pedagogisch beleidsmedewerker of coach heeft. Die draagt bij aan de voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van het pedagogisch beleid en aan het verbeteren van de kwaliteit van het werk. De coach begeleidt de medewerkers bij hun dagelijkse werkzaamheden en stimuleert hen daarin effectief te handelen.

5.9 Beroepskrachten in opleiding en stagiairs

De cao maakt formatieve inzet onder voorwaarden mogelijk voor de beroepskracht in opleiding (beroepsbegeleidende leerweg), in afstemming met de stagebegeleider van het ROC. Ook een stagiair van de beroepsopleidende leerweg kan onder bijzondere omstandigheden, zoals ziekte of vakantie, beperkt formatief worden ingezet. Daarnaast kunnen beiden boven-formatief worden ingezet als extra ondersteuning, mits aan de randvoorwaarden voor verantwoorde kinderopvang wordt voldaan. Het takenpakket van stagiairs en vrijwilligers is apart vastgelegd.

5.10 Overdracht naar de basisschool en de buitenschoolse opvang

Een goede overdracht helpt kinderen een goede start te maken. Vlak voordat een kind naar de basisschool of de buitenschoolse opvang gaat, voeren wij een persoonlijk gesprek met de ouders waarin wij de laatste observatiemomenten bespreken. Ouders krijgen alle ingevulde observatielijsten van de hele opvangperiode mee naar huis, zodat de ontwikkeling op de verschillende gebieden terug te zien is.

5.11 Achterwachtregeling

Wij hebben een duidelijke achterwachtregeling. Die houdt in dat er bij een calamiteit een achterwacht beschikbaar is die binnen de aanrijtijd van een ambulance in het kinderdagverblijf aanwezig kan zijn. De achterwacht is de houder van het kinderdagverblijf. Is de houder niet aanwezig, dan treedt een vaste tweede achterwacht op. Moeten wij bij slecht weer met de kinderen evacueren, dan verzamelen wij in het bedrijfspand verderop in de straat waarmee dat is afgesproken.

6. De zorg voor de kinderen

6.1 Voeding en verzorging: het all-in tarief

Wij werken met een all-in uurtarief. Vrijwel de hele dagelijkse verzorging en voeding is in de opvangprijs inbegrepen, zodat ouders geen tas vol spullen hoeven mee te geven en er geen rekening achteraan komt.

Wat het all-in tarief dekt Luiers en de dagelijkse verzorging. De broodmaaltijd met verschillende soorten beleg: kaas, vleeswaren, vegetarische opties en zoet beleg. Fruit, yoghurt, pudding en gezonde tussendoortjes. Het drinken bij elke maaltijd: melk en sap. Een warme maaltijd in de middag, bedoeld als aanvulling op en niet als vervanging van het avondeten thuis. Fruithapjes en groentehapjes voor de allerkleinsten, vanaf vier maanden. Beddengoed, knutselmateriaal en het wennen vóór de startdatum.

Alleen flesvoeding is niet inbegrepen; die brengen ouders zelf mee. Ouders kunnen ook voor borstvoeding kiezen. Er zijn verschillende mogelijkheden om borstvoeding in gesloten flesjes hygiënisch en gekoeld te vervoeren, en het is mogelijk de baby tijdens het verblijf zelf te komen voeden.

Eten is een belangrijk onderdeel van de totale zorg voor een kind, en tegelijk een groot en gezellig leermoment. De fijne motoriek wordt geoefend door zelfstandig te eten en te drinken. Wij hebben op dit gebied een mede-opvoedende taak.

Bij een voedselallergie of een dieet vragen wij ouders dit schriftelijk door te geven. Wij letten er dan goed op dat het kind alleen het eigen, meegebrachte voedsel of de toegestane producten krijgt. Bij traktaties zorgen wij zelf voor een versnapering die dat kind wél mag, zodat het niet buiten de boot valt. Bij verjaardagen verzorgen ouders zelf de traktatie.

6.2 Voedingsschema’s

Baby’s krijgen hun borst- of flesvoeding volgens het eigen schema van thuis. Dat kan op vaste tijden zijn of op aanvraag. Wij overleggen daarover altijd met de ouders en veranderen pas iets in overeenstemming met hen.

Is een baby eraan toe, dan beginnen wij met een fruithapje. Geleidelijk wordt een flesvoeding vervangen door een papvoeding of een boterham met smeerkaas met een flesje of beker melk erbij. Ook een tussendoortje van melk, yoghurt of een koekje starten wij in overleg met de ouders.

6.3 Slapen

Vóór het eten mogen de kinderen die ’s middags slapen zich uitkleden, indien nodig geholpen door de medewerker. Daarna krijgen ze een schone luier of gaan ze naar de wc, en trekken ze hun pyjama aan. Wij streven ernaar kinderen hierin zo zelfstandig mogelijk te maken. Na het eten worden mondjes en handjes gewassen en gaan de kinderen slapen. Knuffels, doekjes en spenen mogen mee. Kinderen kunnen in een eigen slaapzak slapen, die van thuis wordt meegebracht.

Wij volgen het protocol Veilig slapen en wiegendoodpreventie. Er is een afzonderlijke slaapruimte, en elk kind heeft een eigen slaapzak en onderlaken.

6.4 Protocollen

Voor verschillende onderwerpen hanteren wij protocollen:

  • hygiëne;
  • de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
  • veilig slapen en wiegendoodpreventie;
  • signaleren;
  • geneesmiddelenverstrekking en medische handelingen;
  • calamiteiten en ontruiming.

Daarnaast gelden onze huisregels, de regels voor stagiairs, dit pedagogisch beleidsplan en het ontruimingsplan. Alle documenten liggen op locatie ter inzage.

7. Ouders en verzorgers

Wij hechten veel waarde aan een goed en open contact met ouders. Openheid en eerlijkheid over en weer zijn nodig om een kind goed te kunnen begrijpen en begeleiden. Er zijn vier contactmomenten:

  • de rondleiding en het kennismakingsgesprek;
  • de dagelijkse overdracht bij het brengen en halen;
  • de chatfunctie in de ouderapp, waar ouders op elk moment berichten kunnen sturen en ontvangen;
  • oudergesprekken, die wij in overleg inplannen en waarin de ontwikkeling van het kind uitgebreider wordt besproken.

7.1 De medewerker en haar collega’s

Een goede samenwerking is een vereiste om het werk goed te laten verlopen. Openheid, bereidheid tot overleg en respect voor en naar elkaar zijn daarvoor de belangrijkste voorwaarden. Wij werken met een overdrachtsschrift waarin bijzonderheden en andere informatie worden vastgelegd, en het team komt periodiek bij elkaar voor overleg.

7.2 Klachtenregeling

De mening van ouders is van groot belang; hun ervaringen helpen ons onze dienstverlening te toetsen en te verbeteren. Klachten kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend.

Wij gaan ervan uit dat een klacht zo dicht mogelijk bij de vloer wordt besproken, dus met de pedagogisch medewerkers van de groep. Komen ouder en medewerker er samen niet uit, of is de ouder niet tevreden met de reactie, dan halen wij de directie erbij om samen tot een oplossing te komen.

Komen directie en ouder er niet uit, dan kan de ouder zich wenden tot het Klachtenloket Kinderopvang, dat verbonden is aan de Geschillencommissie Kinderopvang. Daar wordt eerst geprobeerd de klacht op te lossen met informatie, advies, bemiddeling of mediation. Leidt dat niet tot een oplossing, dan kan het geschil aan de Geschillencommissie Kinderopvang worden voorgelegd. Kinderdagverblijf De Kaboutertjes is daarbij aangesloten.

Geschillencommissie Kinderopvang
PostadresPostbus 90600, 2509 LP Den Haag
BezoekadresBordewijklaan 46, Den Haag
Websitewww.degeschillencommissie.nl

7.3 Oudercommissie

Op dit moment hebben wij geen oudercommissie. Er was tot nu toe onvoldoende animo onder ouders om er een te vormen. Zodra er voldoende ouders zijn die willen meepraten, maken wij tijd voor een goed en gedegen overleg.

De Wet kinderopvang staat een houder met minder dan vijftig kindplaatsen toe om ouders op een andere manier te betrekken bij de onderwerpen waarvoor adviesrecht geldt, wanneer het ondanks aantoonbare inspanning niet lukt een oudercommissie samen te stellen. Wij leggen die inspanning schriftelijk vast: ten minste eenmaal per jaar doen wij een gedateerde oproep aan alle ouders, en wij bewaren die oproep en de reacties erop.

Zolang er geen oudercommissie is, betrekken wij ouders via de dagelijkse overdracht, de chatfunctie in de ouderapp en de oudergesprekken. Wijzigingen in het pedagogisch beleid, de voeding, het veiligheids- en gezondheidsbeleid, de openingstijden, de klachtenregeling of de prijs leggen wij langs die weg aan ouders voor.

7.4 Verzekering en aansprakelijkheid

De kinderen en de medewerkers zijn WA-verzekerd. Voor het kwijtraken of stukgaan van kledingstukken en andere spullen zijn wij niet aansprakelijk. Schade die kinderen aan elkaar toebrengen komt voor rekening van de eigen ouders; ouders zijn zelf verantwoordelijk voor een geldige WA-verzekering.

Wij verzoeken ouders met klem om in en op alle spullen de naam van hun kind te zetten, vooral op jassen, tassen, broodtrommels en flessen. Ook vragen wij dringend om kinderen geen speelgoed van thuis mee te laten nemen.

7.5 Meubilair

Het meubilair is volledig afgestemd op de kinderen en op ergonomisch werken door de medewerkers. Wij hebben stapelbedden, een duobox op hoogte, een in hoogte verstelbare commode en hoge tafels met stoelen, zodat een medewerker vanaf haar stoel op ooghoogte met de kinderen kan communiceren. In de toiletruimte hangt een wasbakje op kindhoogte, zodat kinderen zelfstandig of met wat hulp hun handen kunnen wassen. De doorgang naar de keuken en de achterdeur zijn met een traphekje afgesloten.

7.6 Speelgoed

Al het speelgoed is uitnodigend voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Alle materialen kopen wij bij erkende leveranciers en onderhouden en controleren wij, zodat de veiligheid gewaarborgd blijft. Speelgoed dat wij aanschaffen of van ouders krijgen, wordt eerst nagekeken, schoongemaakt en beoordeeld op bruikbaarheid. Een deel van het speelgoed kunnen kinderen zelf pakken; ander materiaal, zoals leesboeken en knutselspullen, gebruiken wij samen met de medewerker.

8. Veiligheid en gezondheid

Wij werken met een actueel beleid veiligheid en gezondheid, waarin per ruimte en per activiteit staat welke risico’s er zijn en wat wij ertegen doen. Dat beleid ligt niet in een la: het staat op de teamvergadering en wordt bijgesteld zodra er iets verandert.

8.1 Calamiteitenplan en ontruimingsplan

Alle groepen beschikken over een ontruimingsplan. Op de groepen hangen lijsten met telefoonnummers van wie de medewerkers bij een calamiteit moeten benaderen. Regelmatig bespreken wij met elkaar wat te doen bij een calamiteit; iedereen moet daarvan goed op de hoogte zijn.

Minimaal één keer per jaar houden wij een grote praktijkoefening op de locatie, zodat wij kunnen controleren of het plan in geval van nood ook echt werkt. Van elke oefening maken wij een verslag met eventuele verbeterpunten.

8.2 Risico-inventarisatie

Gedurende het jaar inventariseren wij teambreed de risico’s. Daarnaast houden wij een ongevallenregistratie bij, die wij later in een rapportage uitwerken. Waar nodig stellen wij een actieplan op om risico’s te beperken of te voorkomen.

8.3 De jaarlijkse GGD-inspectie

Onder de Wet kinderopvang wordt de veiligheid van kinderen bewaakt met de risico-inventarisatie. Alle risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid moeten worden geïnventariseerd, waarbij gekeken wordt in welke mate een risico aanwezig is. In een actieplan leggen wij vast welke acties nodig zijn en binnen welk tijdsbestek. Verandert er iets in de ruimte of in de werkwijze, dan verwerken wij die wijziging binnen twee maanden in het rapport.

GGD Zuid-Limburg inspecteert ons namens de gemeente Sittard-Geleen, minimaal één keer per jaar en meestal onaangekondigd. Het inspectierapport is openbaar en te vinden via ons dossier in het Landelijk Register Kinderopvang. Ook de brandweer voert jaarlijks controle uit.

8.4 Kinder-EHBO en bedrijfshulpverlening

Ons team neemt jaarlijks deel aan een cursus kinder-EHBO. Daardoor is er tijdens het verblijf van een kind altijd iemand aanwezig met een geldig EHBO- én BHV-certificaat.

8.5 Meldcode en Veilig Thuis

Bestaat het vermoeden dat een kind mishandeld of seksueel misbruikt wordt, dan handelen wij na intern overleg tussen de pedagogisch medewerkers en de houder volgens de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. In die meldcode staat een lijst van signalen waarop onze medewerkers alert moeten zijn, en worden de te volgen stappen beschreven:

  1. de signalen in kaart brengen;
  2. overleggen met een collega en zo nodig Veilig Thuis raadplegen;
  3. in gesprek gaan met de ouders;
  4. de aard en ernst van het geweld wegen, en bij twijfel Veilig Thuis raadplegen;
  5. beslissen: zelf hulp organiseren, of melden bij Veilig Thuis.

Alle medewerkers zijn bekend met de meldcode en weten welke stappen zij moeten zetten.

8.6 Privacy en de AVG

Kinderdagverblijf De Kaboutertjes voldoet aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Wij doen er alles aan om de privacy van ouders en kinderen te waarborgen en gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Vragen over de privacyverklaring of over de manier waarop wij met gegevens omgaan, kunnen ouders stellen via info@de-kaboutertjes.nl.

8.7 Hygiëne

Waar kinderen samenkomen is goede hygiëne van groot belang. Vooral zeer jonge kinderen zijn kwetsbaar voor besmettelijke virussen en bacteriële infecties. Besmettingen volledig voorkomen kan niet, maar goede algemene én persoonlijke hygiëne beperkt ze wel. Dat betekent onder meer: vieze neuzen afvegen, op tijd verschonen en wassen. Ook de persoonlijke hygiëne van de medewerkers hoort daarbij: na elke verschoning en na toiletbezoek worden de handen gewassen. Wij volgen hierin ons hygiëneprotocol.

8.8 Inrichting en accommodatie

Kinderen hebben een geschikte omgeving nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Onze ruimtes zijn zo ingericht dat kinderen kunnen spelen en zich kunnen ontspannen, met verschillende hoeken: een bouwhoek, een treinhoek, een poppenhoek, een huishoek en een leeshoek. Er is per kind minimaal 3,5 vierkante meter bruto speelruimte, en er is een afzonderlijke slaapruimte. Alle ruimtes voldoen aan de eisen die de GGD stelt.

8.9 Foto’s en telefoons

Wij vragen ouders schriftelijk toestemming voordat wij foto’s van hun kind plaatsen op onze website, op Instagram of op Facebook. Die toestemming kan op elk moment worden ingetrokken. Medewerkers maken foto’s uitsluitend met de apparatuur van het kinderdagverblijf en delen die alleen via de ouderapp of, met toestemming, op onze eigen kanalen.

9. Slotwoord

Wij hopen dat dit beleidsplan een goed beeld geeft van de manier waarop wij bij Kinderdagverblijf De Kaboutertjes werken, en van hoe wij de vier opvoedingsdoelen in de praktijk brengen.

Ons team staat iedere dag klaar voor alle kinderen en hun ouders, en doet dat met plezier, inzet en betrokkenheid. Ons uitgangspunt is een positieve benadering. Kinderen moeten zich prettig voelen, plezier hebben en denken: hoera, ik speel bij De Kaboutertjes.

Kinderdagverblijf De Kaboutertjes

Groenstraat 76, 6162 ER Geleen · 046 - 750 14 74 · info@de-kaboutertjes.nl

Liever het bestand zelf?

Je kunt dit plan ook downloaden als Word-bestand, of het op de locatie inzien: het ligt in de documentenbak bij de ingang. Heb je een vraag over iets wat hier staat, stel hem gerust aan de leiding of mail info@de-kaboutertjes.nl.

Pedagogisch beleidsplan 2026 (Word, DOCX)

Ook onze kwaliteit en toezicht, de klachtenregeling en het privacybeleid staan volledig op deze site.

Iets wat je wilt bespreken?

Een beleidsplan leest nooit zo prettig als een gesprek. Kom gerust langs.